Pure chocolade willen of toch niet

Foto van Vitolda Klein op Unsplash

De bel gaat en als ik de voordeur open doe staan twee zesjarigen op de stoep. Ruben heeft al vaker aangebeld en om een chocolaatje gevraagd. Het was nooit mijn bedoeling om chocoladedistributeur te worden voor de zesjarigen uit de buurt, maar ik ben er per ongeluk ingerold en nu voelt het alsof het te laat is om uit dit ongeschreven contract te komen.

Ik vraag naar de naam van het nieuwe vriendje dat Ruben heeft meegenomen. Ruben antwoordt ‘Pim’ terwijl Pim nog wat verlegen naar zijn handjes kijkt. Ik vraag Pim welke smaak hij lekker vindt. Ineens is de verlegenheid weg. Op zeer stellige en bijna dominante wijze roept hij uit: ‘Puur!’ Ik had dit jongetje met grote blauwe ogen en blonde krulletjes niet ingeschat als een pure chocolade eter, vooral omdat ik geen kinderen ken die van pure chocolade houden, maar wie ben ik om te oordelen?

Ik ga de chocolaatjes halen en als ik terugkom met mijn keuzemenu wijst Ruben naar Pim en zegt herhaaldelijk op gepikeerde toon: ‘Hij zegt dat melk voor baby’s is!’ Tussen die herhalingen door hoor ik Pim tegenstribbelen: ‘nietes!’

Twee gedachten gingen door mijn hoofd: 1. Ruben wil gerustgesteld worden dat hij gewoon melkchocolade mag eten zonder een baby gevonden te worden 2. Pim wil waarschijnlijk helemaal geen pure chocolade ondanks dat hij zei van wel.

Ik kijk naar hun rode wangetjes en zeg: ‘Heel veel volwassenen houden ook van melk’. Ik moet het twee keer herhalen maar dan kalmeren ze beiden genoeg om een chocolaatje te kiezen. Er zijn een aantal ‘merci’ opties en verschillende paaseitjes. Ruben wacht op Pim. Pim twijfelt. Uiteindelijk wijst Pim naar één van de karamel paaseitjes in oranjeroze wikkel. Ruben komt met een tegenargument: ‘die zijn kleiner’. Maar Pim houdt vol. Karamel paaseitje wordt het. Ruben neemt dezelfde. Niemand neemt puur.

Ik weet niet wie tegen Pim heeft gezegd dat melk voor baby’s is en ik weet niet tegen wie hij dat allemaal vervolgens heeft doorverteld. Misschien stopt hij er nu mee, nu ik heb laten weten dat dat niet zo is. Maar ik vraag me af: als ik het niet had gezegd, had iemand anders het dan gezegd of was het idee in stilte in hem blijven leven?

Hoeveel van ons lopen rond met een gekke gedachte die er ooit is ingestopt, en nooit meer uitgegaan? Ik denk aan de mensen om mij heen. Vrienden, familie, maar ook collega’s en leidinggevenden.

Ik denk dat we allemaal wel eens hebben gezegd dat we de pure chocolade willen, terwijl dat eigenlijk niet zo is. Misschien heeft ieder van ons af en toe de ervaring nodig waarin iemand hardop zegt: als jij de pure chocolade wil, dan is het prima, maar als je liever het oranjeroze paaseitje wil, dan is dat ook oké. Het maakt mij niet uit. Het is jouw keuze en het is allemaal oké.

Gerelateerde posts

Scroll naar boven