Werktijd of speeltijd

Foto van Mateusz Wysocki op unsplash.com

Hij kijkt steeds intenser. Zijn kont komt van de grond. Heel even wiebelt hij zijn heupen heen en weer en dan ‘zoef’: de kat springt bovenop de muis van grijze stof. Ik hou het stokje vast waaraan het levenloze bolletje bungelt. De kat grijpt met zijn pootjes de speelgoedmuis vast en zet zijn tanden erin.

Ik ben een weekje kattenoppas en per expliciete instructies samen aan het spelen met de kat. De kat zal de muis niet opeten want stof, dat smaakt natuurlijk nergens naar. Het hoeft ook helemaal niet, want hij krijgt hier genoeg te eten. Deze kat hoeft niet te jagen, hij doet het voor de leuk.

Toen ik kind was, hadden wij ook een kat in huis. Die ving wel eens een levende muis en liet hem weer gaan. Ook onze kat hoefde niet te jagen voor eten: een mauwtje richting de mensen was genoeg om een maaltijd te krijgen. Zijn jagen was meer hobby.

Toen mijn vader jong was, hielden ze katten in het pakhuis van mijn opa. De katten werden niet gevoerd, maar jaagden zelf op de muizen in het pakhuis om aan voldoende eten te komen. Je kan zeggen dat het jagen dat deze katten deden geen spelen of hobbyen was, maar werk.

Bij katten kan dus dezelfde activiteit zowel spelen als hobby als werk zijn. Bij mensen ook. Maar wat maakt dan het verschil? De zorgeloosheid rondom de activiteit misschien?

En zou het kunnen verschillen per persoon waardoor dezelfde activiteit het ene moment de sfeer kan hebben van spelen en het andere moment van werk? Maakt het uit of er deadlines zijn? Of je het op je eigen manier kan doen of in je eigen tijdspad? Of er iets vanaf hangt?

En als we dat weten van onszelf, zouden we dan misschien vaker het gevoel van spelen in ons leven kunnen hebben, zonder andere activiteiten te hoeven doen?

Scroll naar boven